Gepubliceerd op 13 augustus 2026

Gepubliceerd op 13 augustus 2026

Hoe auteursrecht, merkenrecht, octrooirecht, handelsnaamrecht, modellenrecht, databankenrecht en bedrijfsgeheimen werken, en wat u kunt doen als een concurrent de grens overschrijdt.

Een goed idee is pas iets waard zodra het beschermd is. De naam waaronder een onderneming handelt, de code achter een applicatie, de vorm van een product, de klantendata die jarenlang zijn opgebouwd: het zijn allemaal vormen van intellectueel eigendom, en voor geen daarvan is die bescherming vanzelfsprekend.

Toch onderschatten veel ondernemers wat er op het spel staat. Een concurrent die een productontwerp kopieert, een oud-werknemer die met bedrijfsgeheimen naar de nieuwe werkgever vertrekt, een nieuwe marktpartij die een verwarrend gelijkende naam voert: het gebeurt vaker dan gedacht. Wie dan niet weet welke rechten er gelden en wie de rechthebbende is, staat met lege handen op het moment dat het er echt toe doet.

Deze gids brengt de belangrijkste IE-rechten naar Nederlands en Benelux-recht in kaart. Per recht komt aan bod hoe bescherming ontstaat, aan wie het recht toekomt, wat een concurrent niet mag doen, en welke middelen openstaan wanneer die grens wordt overschreden.

 

Auteursrecht

Ontstaan

Het auteursrecht is het meest laagdrempelige intellectuele-eigendomsrecht. Bescherming ontstaat automatisch door de scheppingsdaad; er is geen registratie, depot of andere formaliteit vereist. Voorwaarde is wel dat het voortbrengsel een eigen intellectuele schepping van de auteur is die diens persoonlijkheid weerspiegelt. De Hoge Raad spreekt van een werk met een eigen, oorspronkelijk karakter dat het persoonlijk stempel van de maker draagt[1]. Triviale of banale vormen vallen daarbuiten[2]. Op Europees niveau is deze maatstaf geharmoniseerd door het Hof van Justitie, onder meer in de zaak Infopaq[3] en in de zaak Painer[4]. Smaak en geur zijn expliciet uitgesloten als beschermbaar werk[5], en ook voor gebruiksvoorwerpen zoals meubels geldt geen zwaardere toets dan voor andere werken[6]. De beschermingsduur bedraagt zeventig jaar na het overlijden van de maker. Bij anonieme werken of werken die onder een bedrijfsnaam zijn gepubliceerd, loopt de termijn zeventig jaar vanaf de eerste publicatie.

Wie is rechthebbende

Het auteursrecht komt in beginsel toe aan de fysieke schepper van het werk: degene die de geestelijke prestatie verricht. Bij werken in dienstverband geldt echter een wettelijk vermoeden dat de werkgever als maker wordt aangemerkt (art. 7 Auteurswet). Wordt een werk gemaakt naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, dan geldt die ander als maker (art. 6 Auteurswet). En een rechtspersoon die een werk als van hemzelf afkomstig openbaar maakt zonder een natuurlijk persoon als maker te vermelden, wordt eveneens als maker beschouwd (art. 8 Auteurswet).

Wat mag een concurrent niet

Een concurrent mag een werk niet zonder toestemming openbaar maken of verveelvoudigen. Het openbaarmakingsrecht omvat onder meer het online beschikbaar stellen, verhuren, uitlenen en publiek opvoeren van een werk. Het verveelvoudigingsrecht strekt zich ook uit tot bewerkingen, vertalingen en verfilmingen. Bij de inbreukvraag is doorslaggevend of de oorspronkelijke creatieve keuzes van de auteur op herkenbare wijze zijn overgenomen, ongeacht of de algemene indruk van beide werken verschilt[7]. Twee wettelijke uitzonderingen verdienen aandacht: het citaatrecht (art. 15a Auteurswet) en de parodie-exceptie (art. 18b Auteurswet). Online platforms die gebruikerscontent toegankelijk maken, zijn bovendien in beginsel zelf aansprakelijk voor auteursrechtinbreuk door hun gebruikers, tenzij zij aan de strenge voorwaarden van art. 29c Auteurswet voldoen.

Handhaving

Bij inbreuk staat een breed arsenaal aan middelen open: een verbod, schadevergoeding (desnoods forfaitair begroot), winstafdracht met rekening en verantwoording, en beslag, recall of vernietiging van inbreukmakende exemplaren. Een verbod kan ook worden gericht tot tussenpersonen wier diensten bij de inbreuk worden gebruikt (art. 26d Auteurswet), zoals hostingproviders. Opzettelijke inbreuk is daarnaast strafbaar gesteld.

zie ook: Auteursrecht, modellenrecht en merkenrecht: Kan het verwateren?

 

Merkenrecht

Ontstaan

Een merkrecht in de Benelux wordt verkregen door inschrijving bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP). Zonder registratie kan in beginsel geen merkbescherming worden ingeroepen, behalve voor algemeen bekende merken in de zin van art. 6bis van het Verdrag van Parijs. Gebruik is niet nodig om het recht te verkrijgen, maar wel om het in stand te houden. Een merk dat gedurende vijf aaneengesloten jaren niet normaal is gebruikt, is vatbaar voor vervallenverklaring. Normaal gebruik vergt reëel commercieel gebruik om afzet te vinden, al kan bij luxeproducten een beperkte gebruiksomvang al volstaan.

Wie is rechthebbende

Het merkrecht behoort toe aan de houder van de inschrijving: de persoon of rechtspersoon op wiens naam het merk bij het BOIP is geregistreerd. Dit hoeft niet degene te zijn die het merk feitelijk heeft bedacht of als eerste heeft gebruikt.

Wat mag een concurrent niet

De exclusieve rechten van de merkhouder zijn gelaagd opgebouwd in art. 2.20 BVIE. Bij volledige overeenstemming van teken en merk voor identieke waren wordt verwarringsgevaar verondersteld (de zogenoemde double identity). Bij gedeeltelijke overeenstemming van tekens of waren moet verwarringsgevaar worden aangetoond op basis van een globale beoordeling, waarbij de factoren onderling op elkaar inwerken[8][9]. Bekende merken genieten nog ruimere bescherming. De merkhouder kan optreden tegen gebruik dat ongerechtvaardigd voordeel trekt uit of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk, zelfs voor niet-soortgelijke waren. Wat precies geldt als een geldige reden om toch van een bekend merk gebruik te mogen maken, is verduidelijkt in de zaak Red Bull[10]. Een concurrent mag een geregistreerd merk niet aanbrengen op waren, niet als handelsnaam gebruiken, niet inzetten in vergelijkende reclame in strijd met Richtlijn 2006/114/EG, en niet als zoekwoord kopen voor misleidende advertenties[11]. Zelfs het verwijderen van een merk van originele waren, zogenoemd debranding, kan worden verboden[12].

Merk versus domeinnaam

Een veelvoorkomend probleem in de praktijk is de domeinnaamkaping: een derde registreert een domeinnaam die identiek is aan of sterk lijkt op een bestaand merk of bestaande handelsnaam. De registratie van een domeinnaam is zelf geen IE-recht, maar het gebruik ervan kan wel inbreuk maken op een merk- of handelsnaamrecht van een ander, of onder omstandigheden onrechtmatig zijn wegens haakjes met de reputatie van de rechthebbende. Voor .nl-domeinnamen bestaat bovendien een relatief snelle en goedkope geschillenprocedure bij de World Intellectual Property Organization (WIPO), naast de gang naar de gewone rechter.

Handhaving

Bij merkinbreuk kan de merkhouder schadevergoeding vorderen, berekend op basis van gederfde winst, onrechtmatige winst of een forfaitair royaltybedrag. Winstafdracht is daarnaast mogelijk bij kwade trouw, wat wordt uitgelegd als moedwillige namaak[13]. Ook kan de rechter recall, onttrekking aan het verkeer of vernietiging gelasten, en een verbod richten tot tussenpersonen zoals online marktplaatsen[14].

 

Octrooirecht

Ontstaan

Het octrooirecht beschermt technische uitvindingen die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en industrieel toepasbaar zijn. Anders dan het auteursrecht vergt octrooibescherming een formeel verleningsproces: het recht ontstaat pas na publicatie van de verlening in het octrooibulletin of na inschrijving in het Nederlandse octrooiregister. De maximale beschermingsduur bedraagt twintig jaar vanaf de indieningsdatum. Om het octrooi in stand te houden moeten vanaf het vierde jaar jaarlijks oplopende instandhoudingstaksen worden betaald; bij te late betaling geldt een gratietermijn van zes maanden tegen een toeslag van vijftig procent.

Wie is rechthebbende

Het recht op het octrooi komt toe aan de aanvrager, die wordt vermoed de uitvinder te zijn. Bij werknemersuitvindingen berust het recht bij de werkgever indien de aard van het dienstverband meebrengt dat de werknemer dit soort uitvindingen doet. De werknemer behoudt in dat geval recht op een billijke vergoeding wanneer het salaris daarvoor niet volstaat[15][16]. Zijn er meerdere uitvinders, dan geldt gezamenlijke gerechtigdheid: licentieverlening aan derden vereist dan de goedkeuring van alle mede-rechthebbenden.

Wat mag een concurrent niet

De octrooihouder kan derden verbieden het geoctrooieerde product te vervaardigen, aan te bieden, in het verkeer te brengen, te gebruiken, in te voeren of in voorraad te houden. Bij werkwijze-octrooien strekt de bescherming zich ook uit tot producten die rechtstreeks door die werkwijze zijn verkregen. De beschermingsomvang wordt bepaald door de conclusies, uitgelegd aan de hand van de beschrijving en de tekeningen. Dat vergt een balans tussen billijke bescherming voor de octrooihouder en redelijke rechtszekerheid voor derden, waarbij ook equivalenten in aanmerking moeten worden genomen[17]. Een concurrent die niet zelf het octrooi exploiteert, maar wel middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding aan een derde aanbiedt, pleegt indirecte inbreuk (art. 54 Rijksoctrooiwet 1995). In de Senseo-zaak oordeelde de Hoge Raad dat een koffiepad geen wezenlijk bestanddeel is van het geoctrooieerde koffiezetapparaat, en dat de verkoop van losse koffiepads dus geen indirecte octrooi-inbreuk oplevert[18]. Belangrijke uitzonderingen op het octrooirecht zijn: privégebruik zonder commercieel doel, experimenteel gebruik, het voorgebruiksrecht van wie de uitvinding al eerder zelf toepaste, en de uitputtingsleer na eerste verhandeling in de Europese Economische Ruimte met toestemming van de octrooihouder.

Handhaving

De octrooihouder beschikt bij inbreuk over een verbod, schadevergoeding (alleen bij wetenschap of schuld van de inbreukmaker), winstafdracht, recall en vernietiging, een informatiebevel over herkomst en distributiekanalen, en publicatie van het vonnis.

 

Handelsnaamrecht

Ontstaan

Een handelsnaam, de naam waaronder een onderneming wordt gedreven, geniet bescherming door het enkele feitelijke gebruik ervan in het handelsverkeer. Inschrijving in het Handelsregister is niet constitutief voor het recht. Aan de intensiteit van het gebruik worden lage eisen gesteld: voldoende is dat de naam daadwerkelijk kenbaar is voor derden. Zelfs een buitenlandse handelsnaam geniet Nederlandse bescherming zodra zij in Nederland enige bekendheid heeft[19].

Wie is rechthebbende

Het recht op de handelsnaam behoort toe aan de onderneming die deze naam het eerst rechtmatig voert. Overdracht van het recht is alleen mogelijk in verbinding met de onderneming zelf; een handelsnaam kan niet los daarvan worden verkocht.

Wat mag een concurrent niet

Een concurrent mag geen handelsnaam voeren die gelijk is aan, of slechts in geringe mate afwijkt van, een oudere handelsnaam, wanneer bij het publiek verwarring te duchten is gelet op de aard en de vestigingsplaats van beide ondernemingen (art. 5 Handelsnaamwet). Die verwarring omvat zowel directe verwarring als indirecte verwarring, het vermoeden van een organisatorische of juridische band tussen beide ondernemingen. Bij de beoordeling worden alle omstandigheden meegewogen, inclusief de specifieke vormgeving van logo’s[20]. Beschrijvende benamingen genieten daarbij minder bescherming, vanwege de zogenoemde vrijhoudingsbehoefte: die woorden moeten voor concurrenten beschikbaar blijven[21]. Daarnaast mag een handelsnaam geen merk bevatten waarop een ander recht heeft voor zijn waren of diensten, wanneer daardoor bij het publiek verwarring te duchten is (art. 5a Handelsnaamwet).

Handhaving

Bij een handelsnaamgeschil kan iedere belanghebbende de kantonrechter verzoeken een wijziging van de naam te bevelen (art. 6 Handelsnaamwet). Daarnaast staat de weg naar de gewone rechter open, waar forfaitair te begroten schadevergoeding en publicatie van het vonnis kunnen worden gevorderd.

 

Modellenrecht

Ontstaan

Tekeningen en modellen, dus het uiterlijk van een voortbrengsel, worden onder het BVIE beschermd indien zij nieuw zijn en een eigen karakter bezitten. Nieuwheid vereist dat vóór de depotdatum geen identiek model openbaar is gemaakt. Eigen karakter houdt in dat de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk krijgt dan van bestaande modellen. Kenmerken die louter door de technische functie worden bepaald, zijn van bescherming uitgesloten[22].

Wie is rechthebbende

Het modelrecht komt toe aan degene die het depot verricht. Inschrijving van het model gebeurt bij het BOIP. Het BOIP onderzoekt bij de registratie niet inhoudelijk of jouw model daadwerkelijk nieuw is en een eigen karakter heeft. Een model kan dus worden ingeschreven terwijl het juridisch gezien niet aan de beschermingsvoorwaarden voldoet. Bij werken in opdracht geldt een bijzondere Benelux-regel: niet alleen het modelrecht, maar ook het auteursrecht op het ontwerp komt toe aan de opdrachtgever (art. 3.29 jo. art. 3.8 BVIE), en dat geldt zelfs wanneer het ontwerp niet in aanmerking komt voor Benelux-depot[23].

Wat mag een concurrent niet

De modelhouder kan optreden tegen elk gebruik van een product dat bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt dan het beschermde model. Dit geldt niet alleen voor identieke kopieën, maar ook voor producten die op essentiële punten dezelfde vormgevingskenmerken overnemen.

Handhaving

Bij inbreuk kan schadevergoeding worden gevorderd, inclusief een forfaitaire variant, evenals recall, onttrekking aan het verkeer of vernietiging van de inbreukmakende producten.

 

Databankenrecht

Ontstaan

Naast de bekendere IE-rechten kent Nederland het databankenrecht, een sui-generisrecht dat is toegesneden op investeringen in het verzamelen, controleren en presenteren van gegevens. Bescherming ontstaat wanneer de producent van een databank substantieel heeft geïnvesteerd in het verkrijgen, verifiëren of presenteren van de inhoud, ongeacht of die inhoud zelf auteursrechtelijk beschermd materiaal bevat. Er geldt geen registratievereiste. De bescherming loopt vijftien jaar vanaf de voltooiing van de databank, of vanaf het moment waarop zij voor het publiek beschikbaar is gekomen; een substantiële herinvestering in de inhoud kan die termijn telkens opnieuw doen laten ingaan.

Wie is rechthebbende

Rechthebbende is de producent: degene die het risico van de investering draagt. Dat hoeft niet dezelfde partij te zijn als de maker van de individuele gegevens die in de databank zijn opgenomen.

Wat mag een concurrent niet

Een concurrent mag niet zonder toestemming het geheel of een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de databank opvragen of hergebruiken. Ook het herhaald en systematisch opvragen of hergebruiken van niet-substantiële delen kan onrechtmatig zijn, wanneer dit in strijd komt met de normale exploitatie van de databank of ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de belangen van de producent.

Handhaving

De producent kan bij inbreuk een verbod vorderen, schadevergoeding, en afgifte of vernietiging van de op onrechtmatige wijze verkregen gegevensbestanden. In de praktijk wordt het databankenrecht vaak ingeroepen naast auteursrecht of onrechtmatige daad, bijvoorbeeld bij het overnemen van prijsvergelijkingsdata, vacaturedatabanken of klantenbestanden.

 

Bedrijfsgeheimen

Ontstaan

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen biedt bescherming aan informatie die geheim is, handelswaarde bezit juist omdat zij geheim is, en waarop redelijke geheimhoudingsmaatregelen zijn genomen. Die maatregelen kunnen zowel contractueel zijn, zoals geheimhoudingsbedingen en NDA’s, als technisch-organisatorisch, zoals encryptie en toegangsbeperkingen. Er geldt geen registratievereiste: het recht ontstaat zodra aan deze drie cumulatieve voorwaarden is voldaan. Het i-DEPOT bij het BOIP kan dienen als bewijsmiddel voor het bestaan van het geheim op een bepaalde datum, al creëert het zelf geen recht.

Wie is rechthebbende

Rechthebbende, in de wet aangeduid als houder, is iedere natuurlijke of rechtspersoon die rechtmatig over het bedrijfsgeheim beschikt. Ook licentiehouders kunnen als houder gelden.

Wat mag een concurrent niet

Een concurrent mag een bedrijfsgeheim niet verkrijgen door onbevoegde toegang tot, toe-eigening van of kopiëring van documenten of bestanden. Ook gebruik of openbaarmaking in strijd met een geheimhoudingsbeding of een andere geheimhoudingsverplichting is onrechtmatig. Wat een concurrent wel mag: onafhankelijk dezelfde informatie ontdekken, of reverse engineering toepassen op producten die rechtmatig zijn verkregen. Klokkenluiders en journalisten genieten daarnaast een wettelijke uitzondering wanneer zij handelen in het algemeen belang.

Handhaving

De handhavingsmogelijkheden zijn omvangrijk. De houder kan een verbod vorderen op gebruik en openbaarmaking, recall of vernietiging van inbreukmakende goederen, vernietiging van documenten of bestanden die het geheim bevatten, en schadevergoeding, desnoods forfaitair berekend als hypothetische royalty. Het bewijsbeslag en de gedetailleerde beschrijving van de art. 1019b en 1019d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn ook in bedrijfsgeheimenzaken toelaatbaar[24].

 

Handhaving in de praktijk

Ongeacht welk IE-recht in het geding is, vormt Titel 15 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het procesrechtelijke kader voor handhaving.

Nog vóór een bodemprocedure kan de rechthebbende verlof vragen voor bewijsbeschermende maatregelen: bewijsbeslag, een gedetailleerde beschrijving van de gestelde inbreuk, en monsterneming. In spoedeisende gevallen kan zelfs een ex-parte-verbod worden uitgevaardigd zonder dat de inbreukmaker vooraf wordt gehoord, met name om onherstelbare schade te voorkomen.

Een bijzonderheid van IE-procedures is de kostenveroordeling op grond van art. 1019h Rv. De verliezende partij wordt veroordeeld in de redelijke en evenredige proceskosten van de winnende, en die vergoeding ligt doorgaans aanzienlijk hoger dan het reguliere liquidatietarief; het komt vaak neer op een volledige proceskostenveroordeling. Dat maakt IE-procedures voor de verliezende partij kostbaarder dan gewone civiele procedures, maar geeft de rechthebbende ook een steviger stok achter de deur.

 

Samenloop en strategie

In de praktijk overlappen IE-rechten elkaar regelmatig. Een productontwerp kan tegelijk beschermd zijn door het auteursrecht, het modellenrecht en zelfs het merkenrecht, via een vormmerk. Een bedrijfsnaam kan gelijktijdig als handelsnaam én als merk worden beschermd. Een klantenbestand kan zowel onder het databankenrecht als onder de regels voor bedrijfsgeheimen vallen.

Een doordachte IE-strategie brengt al deze lagen in kaart en kiest per situatie het meest effectieve handhavingsinstrument, met oog voor de verschillen in beschermingsvoorwaarden, duur, territoriale werking en bewijslast. Vroegtijdig advies voorkomt dat waardevolle rechten onbenut blijven, of erger, onbewust worden geschonden.

Intellectueel eigendom is zelden een puur juridisch vraagstuk; het raakt direct aan de commerciële waarde van een onderneming. Twijfelt u of uw merk, ontwerp, software of bedrijfsgeheim voldoende is beveiligd, of bent u geconfronteerd met een concurrent die een grens lijkt te overschrijden? De IE-specialisten van EBH Legal Advocaten in Delft denken graag mee over de te volgen strategie.

[1]HR 4 januari 1991 (Van Dale/Romme).

[2]HR 30 mei 2008 (Endstra/Nieuw Amsterdam).

[3]HvJ EU 16 juli 2009, zaak C-5/08 (Infopaq I).

[4]HvJ EU 1 december 2011, zaak C-145/10 (Eva Maria Painer).

[5]HvJ EU 13 november 2018, zaak C-310/17 (Levola Hengelo/Smilde Foods).

[6]HvJ EU 4 december 2025, gevoegde zaken C-580/23 en C-795/23 (Mio/Konektra).

[7]HvJ EU 4 december 2025, gevoegde zaken C-580/23 en C-795/23 (Mio/Konektra).

[8]HvJ EU 11 november 1997, zaak C-251/95 (Sabel/Puma).

[9]HvJ EU 29 september 1998, zaak C-39/97 (Canon/Cannon).

[10]HvJ EU 6 februari 2014, zaak C-65/12 (Leidseplein Beheer/Red Bull).

[11]HvJ EU 23 maart 2010, gevoegde zaken C-236/08 tot en met C-238/08 (Google France/Louis Vuitton).

[12]HvJ EU 25 juli 2018, zaak C-129/17 (Mitsubishi).

[13]BenGH 11 februari 2008 (Ondeo/Michel).

[14]HvJ EU 12 juli 2011, zaak C-324/09 (L’Oréal/eBay).

[15]HR 27 mei 1994 (Van Ginneken/Hupkens).

[16]HR 1 maart 2002 (TNO/Ter Meulen).

[17]HR 13 januari 1995 (Ciba-Geigy/Oté Optics).

[18]HR 31 oktober 2003 (Sara Lee/DE tegen Intergro; Senseo).

[19]HR 15 januari 1965 (Kjellberg).

[20]HR 4 december 2015 (LMR/LR).

[21]HR 19 februari 2021 (Dairy Partners).

[22]HvJ EU 8 maart 2018, zaak C-395/16 (Doceram).

[23]HR 25 oktober 2013 (S&S/Esschert, bekend als het Vuurkorven-arrest).

[24]HR 28 september 2018 (Organik/Dow).

Teijm Vollebregt

vollebregt@ebhlegal.nl

015 200 1000

Gratis telefonisch intakegesprek

Wil je weten wat wij voor je kunnen betekenen? Neem vrijblijvend contact met ons op!

Actueel

ANDERE BERICHTEN
  • Blog

    23 juli 2026

    Auteursrecht, modellenrecht en merkenrecht: Kan het verwateren?

    Succes kan juridische bescherming onder druk zetten Een onderneming brengt [...]