Gepubliceerd op 23 juli 2026

Gepubliceerd op 23 juli 2026

Succes kan juridische bescherming onder druk zetten

Een onderneming brengt een onderscheidend ontwerp op de markt. Het ontwerp wordt populair, waarna concurrenten op grote schaal vergelijkbare kleuren en stijlelementen gaan gebruiken. Na verloop van tijd raakt de markt eraan gewend. Kan de onderneming zich dan nog op haar auteursrecht beroepen, of is het ontwerp door alle navolging ‘verwaterd’?

Deze vraag wordt ook wel het trendsettersdilemma genoemd. Verdient degene die een nieuwe vormgeving introduceert juist ruime bescherming omdat anderen daarop voortbouwen? Of leidt het succes ertoe dat de kenmerkende elementen onderdeel worden van een algemene stijl en daardoor minder bescherming genieten?

Het antwoord is genuanceerd. Binnen het auteursrecht bestaat geen algemeen aanvaarde verwateringsleer. Bij de slaafse nabootsing kan verwatering daarentegen wel degelijk gevolgen hebben.

Wat beschermt het auteursrecht?

Op grond van de Auteurswet mag de maker van een werk in beginsel zelf bepalen of en hoe dat werk openbaar wordt gemaakt. Daarvoor moet het werk wel voldoende oorspronkelijk zijn. Met andere woorden: het moet gaan om een vormgeving waarin de maker eigen creatieve keuzes heeft gemaakt. Het auteursrecht beschermt niet een algemene stijl.  Een onderneming kan daarom niet zomaar een alleenrecht claimen op een minimalistische vormgeving.

De rechter vergelijkt de kenmerkende en beschermde onderdelen van het oorspronkelijke werk met het product dat daarop mogelijk inbreuk maakt. Daarbij wordt rekening gehouden met de ruimte die de maker had om creatieve keuzes te maken. Functionele, technische en reeds bekende vormelementen dragen niet of slechts beperkt bij aan de beschermingsomvang.

Verwatering komt uit het merkenrecht

De verwateringsgedachte is bekend uit het merkenrecht. Een merk kan zijn onderscheidend vermogen verliezen wanneer het publiek de merknaam niet langer als herkomstaanduiding ziet, maar als algemene benaming voor een productsoort. Een bekend voorbeeld is Luxaflex. Die naam wordt in het dagelijks taalgebruik vaak gebruikt voor horizontale jaloezieën in het algemeen, terwijl Luxaflex in werkelijkheid een merk is. Een bekend voorbeeld is Luxaflex. Die naam wordt in het dagelijks taalgebruik vaak gebruikt voor horizontale jaloezieën in het algemeen, terwijl Luxaflex in werkelijkheid een merk is. Denk ook aan het merk Jacuzzi, dat vaak wordt gebruikt als algemene benaming voor een bubbelbad, terwijl het oorspronkelijk de naam van één specifiek merk is.

Een ander actueel voorbeeld is de recente LEGO/Betonblokken-zaak.[1]  In die zaak ging het om het gebruik van verwijzingen naar LEGO voor betonnen, stapelbare bouwblokken. De rechtbank achtte aannemelijk dat LEGO schade kon lijden doordat de merknaam in de markt steeds vaker werd gebruikt als aanduiding voor een bepaald type stapelbaar blok. Die schade bestond uit verwatering van de LEGO-merken: de exclusiviteit daarvan werd aangetast. Dat de term ‘legoblokken’ al langere tijd in de bouwsector werd gebruikt, betekende volgens de rechtbank niet dat LEGO tot soortnaam was verworden. Het gebruik door andere partijen en het voorkomen van de term in publicaties waren daarvoor onvoldoende. Van belang was bovendien dat LEGO actief investeerde in het behoud van het onderscheidend vermogen van haar merken en tegen inbreukmakend gebruik optrad.

Geen algemene auteursrechtelijke verwatering

Een-op-een toepassen van deze gedachte binnen het auteursrecht ligt niet voor de hand. Het merkenrecht beschermt vooral de functie van een merk: het moet duidelijk maken van wie een product of dienst afkomstig is. Het auteursrecht beschermt iets anders, namelijk de concrete creatieve uitwerking van een werk. Dat een vormgeving vaak wordt nagevolgd, maakt het oorspronkelijke werk daarom niet automatisch onbeschermd.

In het arrest G-Star/Benneton kwam de vraag aan de orde of de beschermingsomvang van een kledingontwerp kon worden beïnvloed doordat vergelijkbare vormgeving vaker op de markt voorkwam. Een definitief antwoord gaf de Hoge Raad echter niet.[2] De rechtbank Den Haag leek in 2016 wel een sluitend antwoord te geven.[3] De rechtbank overwoog dat de vraag of een voortbrengsel een auteursrechtelijk beschermd werk is, moet worden beoordeeld naar het moment waarop het werd gemaakt. Het past daar niet bij dat een eenmaal ontstaan auteursrecht door latere navolging zou ‘verwateren’.

Dit is dan ook het vaststaande uitgangspunt: concurrenten kunnen een oorspronkelijk werk niet eenvoudig van zijn bescherming ontdoen door het op grote schaal na te maken.

Bij slaafse nabootsing telt verwatering wel

Buiten het auteursrecht ligt dat anders. Een product dat niet door een intellectueel-eigendomsrecht wordt beschermd, mag in beginsel worden nagebootst. Nabootsing kan toch onrechtmatig zijn wanneer het oorspronkelijke product een eigen gezicht op de markt heeft, door de nabootsing verwarringsgevaar ontstaat en de concurrent redelijkerwijs andere vormgevingskeuzes had kunnen maken. In het arrest All Round/Simstars heeft de Hoge Raad bevestigd dat het eigen gezicht van een product kan afnemen en uiteindelijk kan verdwijnen doordat steeds meer vergelijkbare producten op de markt verschijnen.[4] Dit wordt uitdrukkelijk als ‘verwatering’ aangeduid. Van de oorspronkelijke aanbieder kan daarom worden verlangd dat hij zich inspant om relevante nabootsingen van de markt te weren. Hij hoeft niet onmiddellijk tegen iedere kleine aanbieder op te treden. Structureel niets doen tegen ‘grote’ marktpartijen kan echter tot gevolg hebben dat het product zijn onderscheidende positie verliest. Een later beroep op slaafse nabootsing wordt dan aanzienlijk moeilijker.

Wat betekent dit voor ondernemingen?

Voor ondernemingen is vooral van belang dat de handhaving kan meewegen in de juridische beoordeling. Uit de LEGO/Betonblokken-zaak en het arrest All Round/Simstars volgt dat een rechthebbende niet onbeperkt kan stilzitten wanneer anderen zijn merknaam of productvormgeving overnemen.

Wanneer structureel niet wordt opgetreden tegen relevante marktpartijen, kan de exclusieve positie van het merk of product verzwakken. Bij slaafse nabootsing kan dit betekenen dat het product zijn herkenbare positie op de markt verliest, waardoor het moeilijker om later nog bescherming in te roepen.

Conclusie

Een auteursrecht vervalt niet doordat een ontwerp succesvol wordt en veel navolging krijgt. De auteursrechtelijke bescherming wordt in beginsel beoordeeld naar het moment waarop het werk is gemaakt. Bij slaafse nabootsing ligt dat anders. Daar kan stilzitten ertoe leiden dat een product zijn eigen gezicht op de markt verliest. Voor ondernemingen betekent dit dat zij hun ontwerpgeschiedenis, rechtenpositie en handhaving vanaf de introductie zorgvuldig moeten vastleggen en actief moeten optreden tegen wezenlijke navolging.

 

[1] Rb. Den Haag 27 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:13720, r.o. 4.11-4.15 (LEGO/Betonblokken).

[2] HR 8 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV3384 r.o. 3.13. (Benetton/GStar).

[3] Rb Den Haag 16 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:2608, r.o. 4.5.

[4] HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:938, r.o. 3.4.1 (All Round/Simstars).

Teijm Vollebregt

vollebregt@ebhlegal.nl

015 200 1000

Gratis telefonisch intakegesprek

Wil je weten wat wij voor je kunnen betekenen? Neem vrijblijvend contact met ons op!

Actueel

ANDERE BERICHTEN