
Gepubliceerd op 23 april 2026

Gepubliceerd op 23 april 2026
Een beroep op het vertrouwensbeginsel wordt in het bestuursrecht niet snel gehonoreerd. Om een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel te kunnen doen, moeten op grond van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State drie stappen worden doorlopen. Deze stappen bespreekt de Afdeling in de Amsterdamse dakopbouw-uitspraak.
Stap 1: Heeft de overheid een toezegging gedaan?
Allereerst stelt de rechter vast of de overheid een toezegging heeft gedaan. Die toezegging kan zowel schriftelijk als mondeling zijn. Van een toezegging is sprake als ambtenaren uitlatingen hebben gedaan of gedragingen hebben verricht die bij u redelijkerwijs de indruk wekten dat het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid op een specifieke manier zou gebruiken.
Belangrijk: algemene voorlichting geldt niet als toezegging. Uitlatingen over een ander (al dan niet vergelijkbaar) geval evenmin.
Stap 2: Is het gewekte vertrouwen toerekenbaar aan het bestuursorgaan?
Vervolgens beoordeelt de rechter of de toezegging ook echt aan het bevoegde bestuursorgaan toerekenbaar is. Dat is het geval als u op goede gronden mocht aannemen dat degene die de toezegging deed, de opvatting van het bevoegde bestuursorgaan vertolkte. Denk bijvoorbeeld aan een wethouder die namens het college toezeggingen doet over een vergunning.
Stap 3: Leidt gerechtvaardigd vertrouwen tot nakoming?
Wanneer vaststaat dat de overheid een toerekenbare toezegging heeft gedaan, is er gerechtvaardigd vertrouwen gewekt. Dat betekent echter niet automatisch dat het bestuursorgaan de toezegging ook moet nakomen.
De rechter maakt namelijk een belangenafweging. Daarbij weegt hij alle betrokken belangen tegen elkaar af. Alleen als er geen zwaarder wegende belangen in de weg staan, honoreert de rechter het gewekte vertrouwen.
Stap 3b: Dispositieschade bij een geslaagd beroep op vertrouwen
Wegen andere belangen toch zwaarder? Dan kan de betrokkene recht hebben op schadevergoeding. De rechter vergoedt in dat geval alleen de zogeheten ‘dispositieschade’. Dit is het nadeel dat u lijdt doordat u vertrouwde op de uitlatingen of gedragingen van het bestuursorgaan.
Staatsraad advocaat-generaal Snijders overwoog dit in zijn conclusie van 21 augustus 2024.
Nieuwe conclusie over het vertrouwensbeginsel verwacht
Recentelijk vroeg de Afdeling bestuursrechtspraak aan Snijders om een aanvullende conclusie over dit onderwerp. Hij past zijn eerdere conclusie over het vertrouwensbeginsel bestuursrecht binnenkort toe op een nieuwe zaak. In die zaak deed de betrokkene al een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. De vraag is nu in hoeverre het bestuursorgaan de dispositieschade moet vergoeden.
Deze zaak bespreken we in de volgende blog van deze serie.
Deze blog is algemeen van aard en er kunnen geen rechten aan worden ontleend.

Rachel-Roxelane Speelman
speelman@ebhlegal.nl
06 86 88 84 67
Gratis telefonisch intakegesprek
Wil je weten wat wij voor je kunnen betekenen? Neem vrijblijvend contact met ons op!