Als strafrechtadvocaat krijg ik regelmatig vragen over mijn werk. Eén vraag is mij in de afgelopen jaren het vaakst gesteld. Opvallend genoeg kwam die vraag nooit van een cliënt zelf.
De vraag die ik het vaakst krijg
“Hoe kun je nu iemand verdedigen van wie je weet dat hij het heeft gedaan?”
Feit is dat er nog nooit een cliënt is geweest die me dit heeft gevraagd en misschien ligt daar ook wel het antwoord.
Wellicht moet je zelf eerst verdachte zijn geweest om te weten wat dat betekent en wat dat met je doet. Wat denk je dat het met je doet als er bijvoorbeeld in de media al volop over jouw zaak wordt gesproken en gespeculeerd terwijl je zelf nog niet eens een verklaring hebt afgelegd?
Wat een aanhouding met iemand doet
Nadat je als verdachte bent aangehouden, heb je (om een voorbeeld te noemen) niet meer de beschikking over je telefoon of je agenda die je anders 24/7 bij je hebt. Je kunt niet meer even iets op je computer of iPad opzoeken of contact opnemen met je familie, je compagnon of je werkgever.
Die eerste uren na je aanhouding moet je vooral wachten. Je wacht totdat de recherche zo ver is om je als verdachte te horen en je te confronteren met onderzoeksresultaten.
Vaak wil je duidelijkheid. Wanneer kun je een verklaring afleggen? Hebben anderen al iets verklaard? Wie zijn dat dan? Wat hebben zij gezegd? Hoe lang moet je nog op het bureau blijven? Wanneer mag je weer bellen?
Het afwachten, de onduidelijkheid en de onzekerheid, terwijl je je in een lege vreemde ruimte of in een cel zonder telefoon bevindt, doen iets met je. Het inzetten van dwangmiddelen zoals een aanhouding heeft op de meesten echt wel de nodige impact.
Iedereen kan verdachte worden
Je denkt wellicht dat je nooit in zo’n situatie terecht zult komen. Toch kan ik je zeggen dat meer dan de helft van de verdachten die ik de afgelopen jaren heb bijgestaan, diezelfde gedachte had.
Inmiddels weet ik dat echt iedereen verdachte in een strafzaak kan worden.
Zo waren cliënten soms nog maar 14 of 15 jaar jong en was de oudste cliënt echt hoogbejaard. Sommigen waren dakloos en anderen woonden in riante villa’s. Ook het IQ van cliënten varieerde sterk, van zwakbegaafd tot hoogbegaafd.
Sommigen hadden te maken met verslavingsproblematiek. Anderen waren bekend met psychische of verstandelijke beperkingen. Sommigen hadden een gelukkige en zorgeloze jeugd gehad, terwijl anderen een zwaarbelast verleden hadden. Sommigen zaten in de bijstand, terwijl anderen een goede baan hadden of zelfstandig ondernemer waren.
Grote verschillen, dezelfde kwetsbare positie
De ene cliënt werd door een bus van justitie naar de zitting op de rechtbank gebracht, terwijl de ander zijn auto van meer dan een ton om de hoek van het gerechtsgebouw parkeerde.
Soms zat een cliënt in een T-shirt uren in een cel in het gerechtsgebouw te wachten voordat hij de zittingszaal werd binnengebracht, terwijl een andere cliënt in een duur maatpak vijf minuten voor tijd met een koffie to go in de hand de rechtbank binnenliep.
De verschillen tussen cliënten in de strafpraktijk zijn tot op de dag van vandaag ontzettend groot. Maar ze hadden in ieder geval één ding gemeen: ze werden allemaal door het OM als verdachte aangemerkt.
Voor de één was het wellicht de eerste keer, terwijl de ander een justitiële documentatie van tientallen pagina’s had. Ik ontmoette ze op het politiebureau of op kantoor en stuk voor stuk bevonden ze zich in de kwetsbare positie van verdachte. En stuk voor stuk hadden ze veel vragen.
De conclusie
Maar de vraag: “Hoe kun je iemand verdedigen terwijl je weet dat hij het heeft gedaan?” is mij de afgelopen 18 jaar nog nooit door een cliënt gesteld.
Daarom durf ik wel de conclusie te trekken dat je zelf verdachte moet zijn geweest om deze vraag niet meer te stellen.