
Gepubliceerd op 20 januari 2026

Gepubliceerd op 20 januari 2026
Mag een bestuursorgaan een besluit op bezwaar nemen zonder eerst het advies van de bezwaarschriftencommissie af te wachten? Die vraag stond centraal in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 november 2025. In deze blog leggen wij uit waarom het afwachten van dat advies in deze zaak wél nodig was en wat dat zegt over het zorgvuldigheidsbeginsel in het bestuursrecht.[1]
Wat is het zorgvuldigheidsbeginsel?
Bestuursorganen moeten zich houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat zijn belangrijke juridische uitgangspunten voor de manier waarop zij besluiten voorbereiden en nemen.[2] Eén van die beginselen is het zorgvuldigheidsbeginsel. Dat betekent dat een bestuursorgaan vóór het nemen van een besluit voldoende kennis moet verzamelen over de relevante feiten en belangen.[3]
Wat speelde er in deze zaak?
In deze zaak ging het om een verzoek om handhaving. Het College van Burgemeester en Wethouders wees dat verzoek af, waarna de appellant bezwaar maakte. Tijdens die bezwaarprocedure vroeg het College de bezwaarschriftencommissie om advies.[4]
Toch nam het College vervolgens al een besluit op bezwaar, zonder dat advies eerst af te wachten. In dat besluit verklaarde het College de bezwaren ongegrond en liet het de eerdere afwijzing van het handhavingsverzoek in stand. Daarna volgde beroep bij de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het College hiermee in strijd had gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel. Volgens de rechtbank had het College niet op het bezwaar mogen beslissen voordat het advies van de bezwaarschriftencommissie beschikbaar was.
Wat vond de Afdeling bestuursrechtspraak?
De Afdeling bestuursrechtspraak sloot zich daarbij aan. Volgens de Afdeling had het College eerst alle mogelijkheden moeten benutten om de beslistermijn te verlengen, zodat het advies van de bezwaarschriftencommissie kon worden afgewacht.[5] Omdat het College geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid uit artikel 7:10 derde (en eventueel vierde lid) van de Algemene wet bestuursrecht om de beslissing te verdagen, vond de Afdeling dat het College nog geen beslissing op bezwaar had mogen nemen.
Daarbij woog mee dat het College zelf om het advies had gevraagd en dus wist dat dit nog zou volgen. Juist dan mag een bestuursorgaan niet te vroeg beslissen. Dat het College in het besluit inhoudelijk al op alle bezwaren was ingegaan, maakte dat niet anders. Ook het feit dat het uiteindelijke advies later dezelfde uitkomst had, veranderde niets aan het oordeel dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen.
Waarom is deze uitspraak relevant?
Deze uitspraak laat zien dat een bestuursorgaan niet te lichtvaardig mag omgaan met de voorbereiding van een besluit op bezwaar. Als een adviescommissie is ingeschakeld, kan dat advies niet zomaar worden gepasseerd. Zeker niet wanneer het bestuursorgaan nog mogelijkheden heeft om de beslistermijn te verdagen. Het zorgvuldig voorbereiden van een besluit is geen formaliteit, maar een wezenlijk onderdeel van behoorlijk bestuur.
Heeft u vragen over een bezwaarprocedure?
Heeft u vragen over deze blog of zoekt u hulp bij een bezwaarprocedure? Neem dan gerust contact op met onze advocaten ruimtelijk bestuursrecht & milieurecht. Zij denken graag met u
Deze blog is algemeen van aard en er kunnen geen rechten aan worden ontleend.
[1] Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5425.
[2] Zie bijvoorbeeld https://iplo.nl/thema/water/handreiking-lozingen/procedure-rechtsbescherming/algemene-beginselen-behoorlijk-bestuur/.
[3] Artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
[4] Zie artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.
[5] Dit leidt de Afdeling af uit de Memorie van Toelichting bij de Algemene wet bestuursrecht.

Rachel-Roxelane Speelman
speelman@ebhlegal.nl
06 86 88 84 67
Gratis telefonisch intakegesprek
Wil je weten wat wij voor je kunnen betekenen? Neem vrijblijvend contact met ons op!

